counter on tumblr
-

Visies

Onze visie

 

 

GPGV-2014 Westflank Venlo

GPSV 2014 Tags: , , , , , , ,

Terug naar Groenplan Gemeente Venlo 2014

GPGV-2014-Westflank-VenloWestlank Venlo – Bron van basiskaart: Openstreetmap.nl

Verkenning Westflank Venlo

Aan de westzijde van Venlo liggen verschillende bosgebieden die samen een lint vormen van noord naar zuid. Net als bij de oostflank wordt deze noord-zuid georiënteerde natuur doorsneden door bestaande en nieuwe infrastructuur. De integrale natuurvisie van Venlo beschrijft verschillende ecologische verbindingen door of om stedelijk gebied heen. De meest logische en meest robuuste betrekt ook de bossen rond knooppunt Zaarderheiken in deze groene ‘ladder’. Andere gebieden in het natuurlijke lint zijn de Houthuizerheide, Kaldenbroek, Kraayelheide, Blerickse Bergen en Dubbroek.

Ecoduct Greenportlane

Bij de aanleg van Greenportlane is rekening gehouden met deze ecologische schakeling. Er is een ecologische fietsverbinding gerealiseerd van ruim 40 meter lang en 25 meter breed.

Knooppunt Zaarderheiken

Dit klaverblad werd in 1973 aangelegd in het bosgebied van De Zaar. Het bos en heidegebied werd in vieren gedeeld. Hiervan is het zuid-oostelijke deel 15 jaar geleden ontwikkeld tot Venlo-Tradeport met o.a. de ECT containerterminal. Het noord-oostelijke deel is ontwikkeld tor Tradeport-Oost, de uitbreiding van het veilingterrein. In het zuid-westelijke deel vindt ontgronding plaats. Het noord-westelijke deel is een natuurterrein met rivierduinen, naald en loofbospercelen en een klein deel heide. Het sluit aan op het st. Jansleutelbos, dat reeds ontwikkeld is tot Floriadeterrein. Het oorspronkelijke Zaarderheike wordt nu doorsneden door Rijksweg A67, het spoor Eindhoven-Venlo en de Eindhovenseweg.

Californië

Ter hoogte van Californië zou ook een ecologische verbinding gerealiseerd moeten worden. Deze overspant de A67 en moet het Greenportlane ecoduct verbinden met Kaldenbroek.

Tradeport

Ten westen van Tradeport Noord en West moet eveneens een ecologische verbinding komen. Wij vragen ons af of deze strook niet meer een cosmetische functie heeft, met als doel het landschappelijk aantrekkelijker maken van Tradeport. Daarnaast bestaat het risico dat deze groene zone in de toekomst gebruikt gaat worden voor uitbreiding van de infrastructuur.

Toekomstige ontwikkelingen spoor

De groene ladder wordt doorsneden door de sporen richting Nijmegen en richting Eindhoven. Het spoor naar Nijmegen wordt in de toekomst geëlektrificeerd en mogelijk verdubbeld. Ook is niet uit te sluiten dat er ooit een goederenspoor verbinding met de Betuwelijn komt, de Zuidtak Betuweroute. Een opwaardering van het spoor richting Nijmegen is ook niet uit te sluiten. Als eerste vanwege de aanleg van de railterminal op Tradeport, ten tweede vanwege een mogelijke spoorverbinding langs de A67 tussen Antwerpen en Duisburg. Deze zou ten noorden van Venlo komen te liggen, de Bypass Venlo.

 

GPGV-2014 Oostflank Venlo

GPSV 2014

Terug naar Groenplan Gemeente Venlo 2014

Oostflank Venlo

Oostflank Venlo – Bron van basiskaart: Openstreetmap.nl

Verkenning Oostflank Venlo

Oostflank Venlo was een van de paradepaardjes van het groene beleid waarmee Venlo in 2002 groenste stad van Nederland en in 2003 groenste stad van Europa werd. Het is beschreven in de integrale natuurvisie van Venlo. Het doel: een robuuste ecologische verbinding ten oosten van Venlo waardoor bijvoorbeeld edelherten vanuit het de bossen ten zuiden van Venlo naar de bossen ten noorden van de stad konden trekken. De verbinding schakelt de Tegelse heide, het Jammerdal, de Groote Heide en het Zwarte Water aan elkaar.

Ecoduct Wambach

De ambitie was goed, maar er is slechts een klein deel gerealiseerd: ecoduct Wambach. Een aansluitende verbinding naar de gelijknamige Wambachgroeve, onder de Kaldenkerkerweg is nog niet gerealiseerd. Hierdoor wordt het breedste ecoduct van ons land, 58 meter breed, niet optimaal benut. Een zinloze investering tenzij de verbinding voltooid wordt.

Keulse Barrière

Hoewel het beleid van Venlo gewijzigd is, zien wij kansen voor het realiseren van een robuuste ecologische schakel bij de Keulse Barrière. Dit is een ideale locatie voor grootschalige leisure, zoals Holland Casino en het nieuwe wedstrijdstadion van VVV. Door infrastructuur ondergronds aan te leggen krijgt de natuur nieuwe kansen.

Poort van Nederland

Een lastige schakel in de Oostflank Venlo is de verbinding bij Herungerberg en de A67. Toch zijn er plannen voor. In deze plannen heet het ‘De poort van Nederland‘, een echt groen-grijs kruispunt op de grens met Duitsland.

Groenplan Gemeente Venlo 2014

GPSV 2014

Groenplan Gemeente Venlo 2014 wordt het vervolg op het eerste GPSV van 2000. Het wordt geen uitbreiding of update, maar een nieuwe visie die komende jaren de basis gaat vormen voor onze acties voor natuur en leefbaarheid in de gemeente Venlo. Hieronder de verkenningen.

 

De kaart hieronder toont de lopende projecten en de projecten van afgelopen jaren. Welk thema vind jij dat we moeten toevoegen? Is er een park of natuurgebied dat extra aandacht verdient? Wordt er een plantsoen of groenstrook bedreigd? Laat het ons weten en we nemen het mee in deze visie! Je kunt ons bereiken via Facebook, Twitter of via het contactformulier.

Bron van basiskaart: Openstreetmap.nl

Biotopografie

biotopografie

Terug naar visies

 

Titel: BIO-topografie

Gepubliceerd: Januari 2002

Onderwerp: Zoektocht naar een evenwicht tussen de topografie van mens en natuur.

Download Link: Biotopografie

Inhoudsopgave:

  1. Inleiding
  2. Wat zijn bio-topografische elementen?
  3. Hoe kunnen we bio-topografie toepassen?
  4. Hoe willen we bio-topografie gaan onderzoeken?
  5. Doelstelling van het BIO-topografie onderzoek.

 

Hoe willen we bio-topografie gaan onderzoeken

biotopografie

Inhoud   <<< Terug   Verder >>>

Om een goede biotopografische kaart samen te stellen zul je je allereerst moeten beperken tot een of meerdere “doelsoorten” Dit zijn de soorten waarvan men verwacht (of hoopt) dat die van een ecologische verbinding gebruik zullen maken. Per soort zullen dan een aantal zaken zeker moeten worden onderzocht.

  1. Welke voedselbronnen heeft de doelsoort behoefte aan
  2. Waar vinden we die voedselbronnen
  3. Welke vraatsporen, uitwerpselen en verblijfssporen laat die soort achter
  4. Welke vegetaties en landschapselementen kunnen een bepaalde functie hebben zoals grenzen, voor bewoning, voedsel, rust enzovoort.
  5. Welke (migratie)routes worden door de soort gebruikt of kunnen daarvoor geschikt worden gemaakt.
  6. Is er behoefte aan een verbinding voor deze soort tussen de twee gebieden of gebiedsdelen.

Tenslotte kan er een biotopografische kaart worden samengesteld met de bestaande topografische elementen en de elementen waaraan behoefte bestaat. Deze kaart kan vervolgens door planologen en landschapsarchitecten worden gebruikt bij het bepalen van inrichting en plaats van bijvoorbeeld een ecologische verbindingszone.

Het BIO-topografie onderzoek heeft twee belangrijke kanten. De ene kant onderzoekt het de ligging van ecologische verbindingen en de inrichting daarvan, de tweede kant is minstens zo belangrijk. Die verzamelt de kennis waarmee biotopografische kaarten worden opgesteld. Kortgezegd de bovenstaande eerste vier vragen. Het gaat dan om practische kennis van dierensporten zoals uitwerpselen, vraatsporten enzovoort.

Hoe kunnen we bio-topografie toepassen

biotopografie

Inhoud   <<< Terug   Verder >>>

De Topografische gegevens van mensen-leefgebieden zijn voor ons zeer waardevol. Planologen gebruiken een topografische ondergrond voor het intekenen van een mogelijke of de definitieve ligging van onder andere wegen en woonwijken. Nuts-bedrijven gebruiken topografische gegevens voor het bepalen van de meest ideale ligging van ondergrondse infrastructuur, zoals telefoonkabels en waterleidingen. Het is duidelijk dat we niet meer zonder correcte en actuele topografische gegevens kunnen.

Bio-topografische gegevens kunnen daar een waardevolle aanvulling op zijn. Bijvoorbeeld bij het aanleggen van een ecologisch viaduct op een weloverwogen, biotopografisch inpasbare, plaats. Dus niet op de plaats waar wij als mensen een viaduct nog wel vinden passen, maar daar waar de natuur er werkelijk behoefte aan heeft. Men kan tevens elementen in het landschap aanleggen of benadrukken die een sterke biotopografische werking hebben. Je kunt namelijk de biotopografische inrichting van een gebied beïnvloeden.

Enkele voorbeelden: Het aanleggen van een diepe, brede sloot vormt een natuurlijke grens. Het zal herten en wilde runderen tegenhouden. Daarnaast zal de dijk, die men naast de sloot opwerpt dieren richting geven tijdens hun tocht. Veel grote dieren volgen graag duidelijke structuren in het landschap. Vegetatiegrenzen, bosranden en dijken. Een ander voorbeeld is een aangeplantte bomenrij, die door vleermuizen gebruikt zou kunnen worden als vliegroute van hun slaapplaats naar het foerageergebied.

Men kan zo niet alleen de ligging van een eco-verbinding beter bepalen, maar men kan die ook inrichten. Je zou je een ecoduct kunnen voorstellen van tweehonderd meter breed met aan de rand een fietspad. Tussen de groene strook en het fietspad ligt een dijkje van ongeveer een meter hoog, die flauw afloopt aan de “groene” zijde ervan. Die dijk zal door konijnen worden gebruikt die daar hun hol in graven en de grotere dieren zullen de dijk als een natuurlijke weg ervaren die hen van de ene kant naar de andere kant van het viaduct stuurt. Men kan vervolgens de fietspad-zijde van de dijk aanplanten met dichte begroeiing. Dit struweel biedt een veilige haven aan muizen, vogels en insecten. Daarnaast is het een milieu vriendelijke grens tussen mens en natuur. Evenwijdig aan de dijk kun je beuken inplanten, die door vleermuizen worden herkend als vliegroute. Tenslotte kan men de hele ecologische strook inrichten met poelen, heuveltjes en steile kanten. Alles wat waardevol kan zijn voor de dieren en planten die van het ecoduct gebruik zullen maken. Overigens kunnen de zelfde principes ook elders toegepast worden , bijvoorbeeld midden in een natuurgebied.

Wat zijn bio-topografische elementen

biotopografie

Inhoud   <<< Terug   Verder >>>

Het landschap waarin wij leven wordt ook gebruikt door dieren en planten. Regelmatig worden vossen of zelfs herten aangetroffen in steden. Een verdwaalde ree, een vos die zoekt naar voedsel. Er zal ongetwijfeld een reden voor zijn dat die dieren hun heil zoeken in die gevaarlijke mensenwereld. Vaak overleven deze gasten hun ontdekkingsreis in onze wereld niet.

De dieren horen thuis in de vrije natuur. Dat is hun natuurlijke leefgebied met alle belangrijke elementen die zij nodig hebben. Er zullen drinkplaatsen te vinden zijn, gebieden met lekker veel en gezond voedsel, veilige plaatsen in dichtbegroeide struwelen en een plaats om dood te gaan zoals de beroemde olifantenkerkhoven. Hun leefgebied bestaat uit verschillende functies en daarnaast uit wegen en paden (wissels) die deze functies met elkaar verbinden. Deze functies en verbindingen noemen we biotopografische elementen.

De mensen-leefgebieden bestaan ook uit functies en verbindingen. Er zijn heuse foerageergebieden. Deze vinden we vaak in het midden van een mensenpopulatie, de plek waar de eerste mensen destijds hun huis bouwden. Ze noemen dit de binnenstad, of het (winkel)centrum. Maar mensen hebben de eigenschap dat zij hun leefgebied doelgericht kunnen inrichten. In Nederland is geen enkel element in het landschap daar toevallig terecht gekomen. Over elk gebouw wordt nagedacht waar het moet komen en hoe. Er zijn draagvlak-onderzoeken, bestemmingsplannen en planologische kernbeslissingen nodig. Mensen richten hun leefgebied doelgericht en volgens een vast plan in.

Het is niet ondenkbaar dat sommige dieren ook volgens een doelgericht plan werken, maar dan meer vanuit hun instinct. Neem nou weer de mierenkolonies, die vaak uit vele nesten en wegen bestaan die met een soms akelig mensachtige structuur in het landschap liggen. Het is een feit dat deze mieren de niet te stuiten behoefte hebben om een zo’n kort mogelijke weg te kiezen tussen twee nesten. Blijkbaar hechten ze waarde aan een goede bereikbaarheid van hun nest. Het is in hun levensbelang dat wegen kort en snel zijn. Dit betekent dat er meer voedsel en bouwmateriaal voorradig is, zodat er nog meer mieren kunnen overleven.

Tenslotte heeft elk indvidu een maximaal bereik in het landschap. Afhankelijk van het gedrag en instinct kunnen leefgebieden van een soort elkaar overlappen. Maar soms botsen twee leefgebieden met elkaar. Honden bakenen hun leefgebied, territorium, regelmatig af door op de grenzen een “vlag” achter te laten. Mensen doen dat door paaltjes in de grond  te timmeren met een bordje er op “hier woon ik, ga weg”.

GEOlution deelt  alle biotopografische elementen in onder vier hoofdgroepen. De functionele gebieden, de verbindingen, de grenzen en de non-functies. Dat laatste zijn de gebieden waarin voor een bepaalde diersoort of individu geen enkel biotopogafisch element aanwezig is.

Inleiding biotopografie

biotopografie

Inhoud   <<< Terug   Verder >>>

In 1820 legde A.P. Cardol de basis voor de bio-geografie toen hij een kaart tekende “Die Vegetation der Erde”. De bio-geografie beschrijft de verspereiding van dieren en planten. Oorzaken van verspreiding worden gezocht in vooral geografische aspecten, zoals de wind, waterstromen en de continentale verschuivingen. Stukken land die vroeger aan elkaar vast zaten door een landverbinding zijn nu misschien wel uit elkaar gedreven. De dieren en planten hebben zich na de splitsing afzonderlijk ontwikkeld , wat bevestigd werd door Darwin die in 1859 de evolutieleer publiceerde.

De menselijke “bio-geografie”, demografie genaamd, beschrijft de zelfde verspreidingen. Alleen worden hier voornamelijk culturele, politieke en economische oorzaken gezocht. Ook zijn mensen hun eigen leefgebied gaan beschrijven met topografie. Hierin worden belangrijke elementen in het landschap ingetekend op een kaart van een mensen-leefgebied. Op een topografische kaart staan bijvoorbeeld alle wegen, huizen en slootjes afzonderlijk ingetekend.

Uit vele waarnemingen van o.a. rode bosmierenkolonies blijkt dat ook binnen de wereld van de mieren verschillende elementen in het landschap aangewezen kunnen worden. Er zijn hoofd-nesten, bij-nesten en paden die de nesten met elkaar verbinden. Dit kunnen we niet beschrijven met bio-geografie, dat slechts de verspreiding onderzoekt.  Het gaat hier om gedetaileerde topografische elementen. Die elementen wil GEOlution beschrijven. We noemen dit “bio-topografie”. Het beschrijven van de inrichting van het leefgebied van een dier of plantensoort.

Doelstelling van het BIO-topografie onderzoek

biotopografie

Inhoud   <<< Terug   

De doelstelling van het BIO-topografie onderzoek is vrij eenvoudig.

Het verzamelen, documenteren en verpreiden van biotopografische kennis.

GEOlution hoopt de verzamelde kennis te kunnen verspreiden zodat het natuurlijke en menselijke  landschap beter met elkaar kunnen samengaan zonder dat dit negatieve gevolgen zal hebben voor mens en natuur.